Empirisch ophogingsmodel voor ontpolderingen langsheen de Zeeschelde
Vanermen, N.; Van Braeckel, A.; Vanoverbeke, J.; Van Ryckegem, G. (2025). Empirisch ophogingsmodel voor ontpolderingen langsheen de Zeeschelde. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, 2025(69). INBO: Brussel. 29 pp. https://dx.doi.org/10.21436/inbor.134360519
Part of: Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek: Brussel. ISSN 1782-9054, more
| |
Contact detailsProposer: De Vlaamse Waterweg , more
| Authors | | Top |
- Vanermen, N., more
- Van Braeckel, A., more
- Vanoverbeke, J., more
- Van Ryckegem, G., more
|
|
|
| Abstract |
Deze studie kadert in de uitbreiding en optimalisatie van de zogenaamde modeltrein, die initieelontwikkeld werd binnen het project Integraal Plan (IMDC, 2023). De modeltrein werd destijdsingezet om de effecten van verschillende morfologische toestanden van de Zeeschelde onderverschillende scenario's (wat betreft zeespiegelstijging en getijslag) te kunnen evalueren. Demodeltrein zal in de nabije toekomst ook gebruikt worden binnen het Sigma³ project, dat wilbestuderen hoe het Schelde-estuarium na implementatie van het huidige Sigmaplan en met hetoog op de verdere toekomst duurzaam ingericht kan worden. De klimaatveranderingen gaannamelijk sneller dan verwacht ten tijde van de uitwerking van het Geactualiseerd Sigmaplan in2005, met belangrijke implicaties voor overstromingsveiligheid en biodiversiteit. De concrete aanleiding voor dit rapport was de vaststelling dat ontpolderingen doorgaans heelsnel ophogen door aanslibbing. De snelheid van ophoging bleek bovendien een pak hoger teliggen dan ingeschat en doorgerekend tijdens het Integraal Plan. Binnen dit rapport stellen wedaarom een nieuw ééndimensionaal ophogingsmodel voor. Dat model werd gekalibreerd opbasis van de waargenomen sedimentatie in zes ontpolderingen en aantakkingen overtijdspannes van 3 tot 12 jaar. We kwamen uit op een lineair mixed model met gemiddeldehoogwaterdiepte als enige (significante) verklarende variabele in het fixed gedeelte, en eenrandom slope voor hoogwaterdiepte per studiegebied. De geschatte coëfficiënt van het fixedmodelgedeelte bedraagt 0,1357. Concreet betekent dit dat er voor een toename in gemiddeldehoogwaterdiepte van 1 m een bijkomende sedimentatie van bijna 14 cm per jaar wordt verwacht. Binnen het Schelde-ecosysteem spelen estuariene ecotopen en de bijhorende vegetaties een cruciale rol. Tegelijk worden het voorkomen, de verspreiding en de ontwikkeling van deze ecotopen in de allereerste plaats bepaald door de hoogteligging, en de hieruit voortvloeiendeoverstromingsfrequentie en droogvalduur. Met het oog op ecotopenkartering werd in ditrapport daarom ook een methode voorgesteld om het ééndimensionaal ophogingsmodel toe tepassen op een (tweedimensionaal) Digital Terrain Model (DTM). Deze methode werd altoegepast voor acht LIFE Sparc-gebieden, waarbij we nieuwe DTM’s genereerden door 25 jaarsedimentatie te simuleren. Op basis daarvan karteerden we voor elk gebied een toekomstigeecotopen-verspreiding (Vanermen et al., in voorbereiding). De resultaten van deze oefeningbleken zeer bruikbaar te zijn, vooral wanneer al één of meerdere kreken in het gebied (en hetDTM) aanwezig zijn. Toch zou het zeer nuttig zijn om te proberen evolueren naar eentweedimensionaal model en bijkomende parameters in te sluiten, zoals de mate van begroeiingen afstand tot de kreek of de kreekmonding. De evolutie in hoogteligging is bepalend voor de ontwikkeling van estuariene ecotopen binnen ontpolderingen. Om ecologische voorspellingen en scenario-analyses in het kader van Sigma³ verder te optimaliseren is het daarom belangrijk om te blijven bouwen aan een zo betrouwbaar mogelijk en breed inzetbaar sedimentatiemodel. |
|