Golfoploop als indicator voor duinerosie: Toepassing op de duin-voor-dijk site in Oostende
Verplancke, A.; Braet, T. (2025). Golfoploop als indicator voor duinerosie: Toepassing op de duin-voor-dijk site in Oostende. MSc Thesis. KU Leuven, Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen: Brugge. xv, 97 + bijl. pp.
|
| Available in | Authors |
|
Document type: Dissertation
|
| Keyword |
|
| Author keywords |
wave run-up; dune erosion; empirical models; nature-based coastal protection |
Contact detailsContact: KU Leuven; Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen , more
| Abstract |
De Belgische kust kent een verhoogd overstromingsrisico door zeespiegelstijging en frequentere stormvloeden. Duin-voor-dijkconstructies bieden een Nature-based Solution voor kustverdediging. Binnen deze context onderzoekt deze masterproef of de golfoploop een geschikte indicator is voor duinerosie. De centrale vraag luidt: ”Hoe kunnen empirische formules voor de voorspelling van de golfoploop worden gebruikt als indicator voor duinerosie bij duin-voor-dijkoplossingen aan de Belgische kust? De golfoploop vormt de laatste fase van de voortplanting van een golf. Deze bepaald daarmee de meest landinwaartse positie die een golf bereikt voordat deze weer terugtrekt in de zee. Deze parameter is cruciaal voor het inschatten van erosierisico’s van duinen, zeker onder stormomstandigheden. In dit onderzoek wordt de golfoploop benaderd via de R2%-waarde: de hoogte die slechts door 2% van de golven wordt overschreden. Er worden zes empirische formules voor de golfoploop geëvalueerd aan de duin-voor-dijksite in Raversijde. Hiertoe werden twee veldmetingen uitgevoerd op 26 april en 15 mei 2025. Met een RTK GNSS-ontvanger werd telkens de maximale landinwaartse positie van de golf geregistreerd. In totaal werden 1270 golven gemeten tijdens de eerste campagne en 853 tijdens de tweede. De absolute oploophoogte werd berekend door het lokale getij, afkomstig van het referentiepunt in Oostende, af te trekken van de verticale positie van elk meetpunt. Ook het volledige strandprofiel werd in kaart gebracht. De strandhelling, een belangrijke inputparameter voor de modellen, werd bepaald tussen het theoretische breekpunt en de kustlijn. Daarnaast werd een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op basis van data van drie meetboeien. De resultaten tonen dat kleine variaties in de invoerwaarden grote verschillen veroorzaken in de berekende golfoploop. Om de toepasbaarheid van de modellen in operationele context te beoordelen, werden drie stormgebeurtenissen geanalyseerd via hindcasts. Voor elke storm werd de R2%-waarde berekend en geprojecteerd op het strandprofiel voor en na het stormevent. De modellen van Vousdoukas (Vousdoukas, M. I., Wziatek, D., & Almeida, L. P., 2012. Coastal vulnerability assessment based on video wave run-up observations at a mesotidal, steep-sloped beach. Ocean Dynamics, 62(1), 123-137.). en Senechal (Senechal, N., Coco, G., Bryan, K. R., & Holman, R. A., 2011. Wave runup during extreme storm conditions. Journal of Geophysical Research: Oceans, 116(C7)). presteerden het best. Ze voorspelden correct golfoploophoogtes die erosie veroorzaakten. Andere modellen onderschatten systematisch of bleken gevoelig voor profiel- en golfvariatie. Verder werd het DUROS+-model toegepast om erosievolumes te schatten. Alleen bij integratie van de golfoploop werden resultaten bekomen die overeenkwamen met de gemeten afslag, wat het belang van deze component onderstreept. De empirische formules kunnen, mits correcte toepassing, bijdragen aan een realistische inschatting van erosierisico’s binnen duin-voor-dijkoplossingen. Vooral de formules van Vousdoukas en Senechal blijken geschikt voor de Vlaamse kust. Nauwkeurige invoerdata en actualisatie via moderne metingen zijn essentieel voor betrouwbare voorspellingen. |
|