[ report an error in this record ]basket (0): add | show Print this page

Hydro-morfologische metingen in de Schelde-monding voorafgaand aan de kustfundamentsuppleties: rapportage en analyse van de data
de Wilde, T.; van der Werf, J.; Hanssen, J. (2026). Hydro-morfologische metingen in de Schelde-monding voorafgaand aan de kustfundamentsuppleties: rapportage en analyse van de data. Versie 1.0. Deltares: Delft. 132 pp.

Available in  Authors 

Keywords
Author keywords
    Schelde-monding; hydrodynamica; morfologie; kustfundamentsuppletie

Contact details

Proposer: Ministerie van Infrastructuur en Milieu; Rijkswaterstaat; Zee en Delta, more


Authors  Top 
  • de Wilde, T.
  • van der Werf, J., more
  • Hanssen, J.

Abstract
    Tussen 16 juni en 4 september 2025 is er vanuit het Programma Kustlijnzorg van Rijkwaterstaat een kustfundamentsuppletie aangelegd in de monding van het Schelde-estuarium op de Vlakte van de Raan. De suppletie bestaat uit twee elementen in het zuidelijk gedeelte van de Vlakte van de Raan en heeft een totaal volume van 1 miljoen m3. Het noordwestelijke element is in de geul Spleet gelegd (vloedschaar) en het zuidoostelijke in de hier gelegen ebschaar. Naast dat deze suppletie bijdraagt aan het onderhoud van het kustfundament, is het doel ervan om i) de kennis van suppleren in buitendelta’s te vergroten, ii) kennis te ontwikkelen van de lokale effecten op waterbeweging, morfologie en ecologie als gevolg van een suppletie, iii) deze kennis te gebruiken om grootschalige modellen te verbeteren.
    Voor de T0-analyse (i.e. analyse voordat de suppletie is aangelegd) van dit gebied zijn er in de Schelde-monding, en specifiek rond de suppletielocaties, hydro-morfologische metingen gedaan. Dit bevat onder andere stroomsnelheidsmetingen, zowel op vaste punten als varend, sedimenttransportmetingen, profielmetingen (saliniteit en temperatuur), bodemkernen (bodemsamenstelling) en opnames van de bodem.
    In dit rapport wordt deze data beschreven en is een deel van deze datasets geanalyseerd om meer begrip te krijgen van het huidige functioneren van het zuidelijke deel van de Vlakte van de Raan, met daarin de ebschaar en Spleet. Uit de analyse van de stroomsnelheidsmetingen volgt dat in de ebschaar de gemiddelde piekvloedsnelheid groter is dan de piekebsnelheid. Tegelijkertijd is de reststroming in de ebrichting. Welk effect dominant is voor de (netto) sedimenttransporten is onbekend. De snelheden in de Spleet zijn wel overeenkomstig met wat je in een vloedschaar verwacht, i.e. hogere piekvloedsnelheden dan piekebsnelheden en een reststroming in de vloedrichting.
    De bodemkernen in het zuidelijk gedeelte van de Vlakte van de Raan laten grote verschillen in slibpercentages en mediane korrelgrootte zien tussen de twee meetmomenten in 2022 en 2023. In de meetcampagne van 2022 waren de bodemkernen op ongeveer dezelfde locatie slibrijker en fijner dan in de meetcampagne van 2023. Vergelijking tussen foto’s van de bodemkernen laat zien dat dit verschil vooral komt door een zandlaag die boven de kleilaag aanwezig is in 2023 en afwezig in 2022. Voor de overige gebieden in de Schelde-monding zijn de bodemkernen in beide jaren vooral zandig.
    De opnames van de bodem laten duidelijke kenmerken zien van moeilijk erodeerbare lagen die de morfologische ontwikkeling beïnvloeden. Plateaus, getrapte geulwanden en onregelmatige erosiepatronen hebben een direct effect op de morfologie en blijven onveranderd aanwezig gedurende de metingen. Ondanks de harde lagen zien we wel een migratie van de ondieptes tussen de geulen naar het noorden van enkele decimeters per jaar. Dit zien we terug door erosie aan de zuidkant en sedimentatie aan de noordkant. Boven deze harde lagen bevindt zich op sommige plekken een zandpakket waarop bodemvormen aanwezig zijn. Dit zijn met name zandgolven met een hoogte van 0,2 tot 3 m en migratiesnelheid tussen de 20 en 80 m/jaar. Het netto zandtransport gekoppeld aan de migratie van de zandgolven is op de Bol van Knokke richting het oosten gericht. Verder laten de bodemvormen netto transport richting het noordwesten zien voor de ondiepte tussen de ebschaar en de Spleet. Dit komt overeen met de noordelijke migratie die zichtbaar is in de multibeammetingen.
    Vervolgstappen zijn het monitoren van de aangelegde suppletie om kennis te vergaren over de levensduur en spreiding van het gesuppleerde sediment. Verder wordt aanbevolen de modellen in de Schelde-monding te valideren met behulp van deze dataset voor vervolgonderzoek naar de dominante sedimenttransportprocessen in het zuidelijk gedeelte van de Vlakte van de Raan en de Schelde-monding.

All data in the Integrated Marine Information System (IMIS) is subject to the VLIZ privacy policy Top | Authors